Diabetes op de parameters die een relatie zouden

 

Diabetes mellitus, beter bekend als suikerziekte is een chronische
ziekte dat tegenwoordig

vaker voorkomt. Hedendaags stijgt het aantal diabetespatiënten enorm
sterk. In de

We Will Write a Custom Essay Specifically
For You For Only $13.90/page!


order now

Westerse wereld is dit duidelijk te zien. Diabetes is op verschillende
vlakken een flinke

uitdaging. Met de kennis die men vandaag ter beschikking heeft is het
verleidelijk om

te denken dat men al een manier heeft gevonden om diabetes te genezen.
De realiteit is dat

er momenteel (nog) geen oplossing gevonden is, dit geldt voor de twee types
diabetes.

Een genezing houdt in dat de bloedglucosespiegel van de patiënt terug
normaal is zonder de

hulp van medicatie of insuline. De oorzaken van de types diabetes zijn
al gevonden, dus

men heeft ook de kennis om het kunnen voorkomen. We gaan onderzoeken op
welke manier

het mogelijk zou kunnen zijn om diabetes type 1 en diabetes type 2 te
doen genezen. Er zijn

enkele geleerden die geloven dat het mogelijk is en het is mijn taak om hier
een

antwoord op te vinden. Momenteel zijn er veel discussies over het
onderwerp, ik ga mijzelf

zo neutraal mogelijk houden door geen kant te kiezen.

Hierom het keuze voor het onderwerp ‘ is het mogelijk om diabetes te
kunnen genezen’

van mijn wetenschappelijke onderzoek. Het is de bedoeling om een zo
accuraat mogelijke

conclusie te kunnen trekken om de discussie uit de wereld te krijgen.
Voor mijn onderzoek

ga ik vooral focussen op de parameters die een relatie zouden kunnen
hebben met diabetes.

Ook ga ik het hebben over alternatieve behandelingen die zijn getest en
wat de resultaten

ervan waren.

1.1     
Onderzoeksvragen

 

De onderzoeksvraag dat ik ga beantwoorden luid als volgt:

Is het
mogelijk om diabetes te genezen?

Voor mijn wetenschappelijk onderzoek heb ik vier deelvragen opgesteld
die mij gaan helpen om mijn hoofdvraag te beantwoorden

·        
Welke
overeenkomsten en verschillen bestaan er tussen de types diabetes?

·        
Wat is het
doel van de bestaande medicatie?

·        
Welke
behandelingen zou de patiënt moeten ondergaan om dit waar te kunnen maken?

·        
Wat voor
levensstijl zou de patiënt het best kunnen aannemen?

De deelvragen zijn zodanig opgesteld dat we verschillende perspectieven
bestuderen om

een zorgvuldig antwoord te bekomen. De overeenkomsten en verschillen
tussen de types

diabetes kunnen helpen om de oorzaken duidelijker te maken. Zo kunnen we
nauwkeuriger

kiezen wat voor behandeling het meest effect zou kunnen hebben. Het
assortiment aan

medicatie is zeer uitgebreid, we gaan het alleen hebben over de
medicijnen die het

meest worden voorgeschreven. Er bestaan alternatieve behandelingen zoals
placebo’s en

therapie die ons andere resultaten kunnen opleveren. Dat kan interessant
zijn omdat hier

niet dagelijks naar wordt gekeken. Om diabetes te voorkomen raden
dokters altijd een

gezonde levensstijl aan. We gaan verder bestuderen wat voor invloed de
verandering van

de levensstijl kan hebben op een diabetespatiënt.

 

 

2       Methodologie

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3       De
verschillende types diabetes

 

3.1      Diabetes
Mellitus

 

Diabetes Mellitus betekent letterlijk ‘honingzoete doorstroming’. De
naam is ontleend aan

een van de belangrijkste verschijnselen bij diabetes, de productie van
een te hoge

concentratie aan glucose in het bloed. Het heeft invloed op het lichaam
om glucose te

gebruiken als een soort van brandstof. Dit wordt veroorzaakt wanneer het
lichaam niet

genoeg insuline aanmaakt of wanneer de cellen niet correct reageren op
insuline om glucose

als energiebron te gebruiken. Bij een gezonde mens zit er geen glucose in
de urine,

de nieren laten namelijk bij een normaal bloedglucosegehalte geen glucose
in de

urine door. Als de concentratie in het bloed echter boven een bepaalde
waarde uitstijgt, zijn

de nieren niet meer in staat om alle glucose tegen te houden en kom een
deel ervan in de

urine terecht. (Vervoort, 2008)

 

 

3.1.1   
Proces die in de normale situatie het glucosegehalte
van het bloed beïnvloed

 

Glucose uit de voeding wordt in de wand van het maag-darmkanaal genomen
en komt zo in

het bloed terecht. Glucose kan zo naar de weefsels vervoerd worden. Via de
verbranding wordt

het omgezet in energie. Als er méér glucose binnenkomt dan er nodig is,
wordt het teveel aan

glucose in de vorm van glycogeen opgeslagen in de lever.

Als het glucosegehalte in het bloed te laag begint te worden, kan deze
voorraad

weer worden omgezet in glucose. Insuline verlaagt het glucosegehalte van
het bloed,

doordat deze de opname van glucose door de weefsels en de opslag van
glucose in de lever

stimuleert. Glucagon verhoogt het bloedglucose-gehalte door de vorming
van glucose uit

glycogeen in de lever te stimuleren. Vrije vetzuren uit het vetweefsel
verminderen de

gevoeligheid voor insuline en zorgen voor een verminderde
insulinevorming in de pancreas.

(Elte, & Dijkhorst-oei, 2015)

 

 

3.1.2   
Veranderingen die zich voordoen bij patiënten
met diabetes

 

Bij insulinetekort (Diabetes Mellitus) stijgt de bloedglucosewaarde
doordat er minder glucose

uit de voeding in de lever kan worden opgeslagen en er meer glucose
wordt gevormd uit

andere stoffen. Een deel van dit teveel aan glucose komt in de urine
terecht. Ook kan de

glucose als gevolg van het insulinetekort minder goed de cellen inkomen.
Bij een groot tekort

aan insuline moeten de weefsels in dat geval, ondanks de grote
hoeveelheid glucose in

het bloed, voor hun energieopwekking ook vetten en eiwitten gaan
verbranden.

De werking van insuline is minder goed als er veel vetweefsel in het
lichaam aanwezig is,

vooral rond de darmen. De gevormde vetzuren zorgen voor een mindere
gevoeligheid

voor insuline, dit is insulineresistentie, en zorgen voor een
verminderde insulinevorming in

de pancreas. (Elte, & Dijkhorst-oei, 2015)

 

 

3.2      Insuline

 

Insuline is een hormoon dat aangemaakt wordt door de pancreas, in de
Eilandjes van

Langerhans en in de Bètacellen. De pancreas is beter bekend als de
alvleesklier.

De alvleesklier zelf is een vitaal orgaan. Het zorgt voor de nodige
hormonen om te kunnen

leven. Insuline zorgt ervoor dat je lichaam glucose kan gebruiken of
opslaan voor toekomstig

gebruik. De cellen in onze lichaam hebben suikers nodig voor energie.
Suiker kan echter niet

rechtstreekst naar de meeste cellen gaan. Het insulinemolecuul ontstaat
uit pro-insuline, die

opgesplitst wordt in insuline en c-peptide. Na het eten van voedsel
begint de

bloedsuikerspiegel te stijgen, de pancreas ontvangt dan een signaal om

insuline in de bloedbaan af te geven. Vervolgens hecht de insuline zich
aan de cellen en    

geeft dan het signaal om suiker uit de bloedbaan te absorberen. Insuline
wordt soms gezien

als een soort van sleutel die de cel ontgrendelt zodat de suiker in de
cel kan binnenkomen

om gebruikt te worden als energie. Als het lichaam meer dan genoeg
suiker heeft, dan zorgt

insuline ervoor dat het overschot wordt opgeslagen in de lever en weer
wordt vrijgelaten

wanneer de bloedsuikerspiegel laag is. In het algemeen zorgt insuline ervoor

dat het teveel aan glucose wordt opgeslagen in de lever en spiercellen;
dit wordt gedaan in

de vorm van glycogeen. Door middel van glucagon kan de in glycogeen
opgeslagen glucose

weer in het bloed worden gebracht. Dit gebeurt als er in het bloed een
tekort aan glucose

dreigt te ontstaan. (Elte, & Dijkhorst-oei, 2015)

 

 

3.3     
Diabetes
type 1

 

Bij diabetes type 1, vroeger ook wel jeugddiabetes (start vaak op jonge
leeftijd) of

insulineafhankelijkheid diabetes genoemd, wordt er door de Bètacellen in
de eilandjes van

Langerhans in de alvleesklier geen insuline meer gemaakt. Er is dus
sprake van een tekort

aan insuline. Zonder behandeling met insuline zullen patiënten met
diabetes type 1

uiteindelijk aan de ziekte komen overlijden. Voor diabetes type 1 is er
niet 1 duidelijke

oorzaak, maar is er sprake van verschillende factoren die op elkaar
inspelen. Om te

beginnen denkt men dat er een erfelijke aanleg aanwezig is. De ziekte
zou pas later tot

uitdrukking komen nadat er een soort van ontsteking is ontstaan van de
Eilandjes van

Langerhans. Bij type 1-diabetes valt het immuunsysteem per ongeluk de
insuline

producerende alvleesklier bètacellen aan. De alvleesklier bètacellen
zijn de cellen van de

pancreas die vrijkomen nadat ze een signaal hebben ontvangen om insuline
in de bloedbaan

vrij te laten. De Bètacellen worden vernietigd waardoor het vermogen van
het lichaam om

voldoende insuline aan te maken wordt verlaagd. Het lichaam produceert
zo goed als geen

insuline, dus de persoon waarbij dit vastgesteld wordt heeft aanvullende
insuline nodig.

(Elte, & Dijkhorst-oei, 2015) (Nichols, 2017)

 

 

3.4     
Diabetes
type 2

 

Dit type diabetes wordt ook wel de ouderdomsdiabetes genoemd omdat het
op een latere

leeftijd begint. De oorzaak van diabetes type 2 is ingewikkelder dan die
van diabetes

type 1, hier spelen twee factoren tegelijkertijd een rol. Allereerst is
er een erfelijk bepaald

probleem in de weefsels, hierdoor gaat de insuline niet meer goed
werken.

De lichaamscellen reageren niet voldoende op het aanwezige insuline. Het
lichaam

kan de glucose niet meer effectief gebruiken. De cellen kunnen geen
glucose meer

opnemen, hierdoor wordt glucose gestapeld in het bloed. Er is een
verstoring van

de hormoonbalans, de alvleesklier moet meer insuline gaan produceren

om voedingsstoffen in de cellen op te slaan. Bij de weefsels ontstaat er
dan een zekere

weerstand tegen de werking van insuline (=insulineresistentie).

In de tweede plaats is de alvleesklier niet meer instaat om aan de grotere
behoefte aan

insuline te voldoen. Er is een relatief tekort aan insuline. De
alvleesklier maakt wel een

redelijke hoeveelheid insuline aan, maar toch zal er bij de behandeling
insuline nodig zijn.

Meestal is de patiënt met type 2-diabetes te zwaar en wordt
insulineresistentie veroorzaakt

door het overgewicht. Bij overgewicht komen de vrije vetzuren uit de
vetcel vrij die zowel de

functie van de Bètacellen in de alvleesklier als ook de gevoeligheid
voor insuline in het

weefsel verminderen. Stress of bepaalde medicijnen kunnen ook het begin
van de ziekte

uitlokken. Vaak komt diabetes type 2 voor met andere aandoeningen zo als: obesitas,

risicofactoren voor hart- en vaatziekten, hoge bloeddruk,.. (Elte, &
Dijkhorst-oei, 2015) (Nichols, 2017)

 

 

3.5     
Hyperglycemie

 

3.5.1   
Hyperglycemie bij diabetes type 1

 

Voor het ontstaan van veel te hoge bloedglucosewaarden kunnen
verschillende oorzaken

aanwezig zijn. Zoals het niet gebruikt hebben van de voorgeschreven
hoeveelheid insuline

en het geruime tijd meer gegeten hebben dan men gewend was. Ook het
minder eten dan

normaal kan leiden tot het stijgen van de bloedglucosewaarden. Een
infectieziekte zoals de

griep kan er ook voor zorgen dat er een hogere bloedglucosewaarden
aanwezig is. Tijdens

een ziekte heeft het lichaam meer insuline nodig, dit is nodig voor de
afweerfuncties van het

lichaam. Een stijging van de bloedglucosewaarden kan hier het gevolg van
zijn. Daarnaast

zijn er medicijnen die een bestaande diabetes kunnen verergeren. In
periode van stress en

lichamelijke spanning is de behoefte aan insuline verhoogd. Ten slotte
is er ook een

mogelijkheid zijn waarbij de insuline niet goed ingespoten is, hierdoor
bereikt de hoeveelheid

insuline het bloed niet. Bij de verschijnselen treedt er verzuring van
het lichaam op, dit komt

omdat er vetafbraak ontstaat. (Elte, & Dijkhorst-oei, 2015)

 

 

3.5.2   
Hyperglycemie bij diabetes type 2

 

De verschijnselen van een te hoog bloedglucosegehalte bij diabetes type
2 zijn ongeveer

dezelfde als die bij diabetes type 1. Bij diabetes type 2 treedt er geen
verzuring op tijdens een

ernstige regeling. Er wordt nog altijd enige insuline gemaakt in de
alvleesklier. Tijdens een

ernstige ontregeling is er wel sprake van uitdroging van de weefsels. Er
kan soms een

vochttekort optreden van 10 tot 15 liter, deze vorm wordt hyperosmolair
genoemd. Bij een

ernstige ontregeling is een ziekenhuisopname noodzakelijk, het
vochttekort wordt per infuus

aangevuld. (Elte, & Dijkhorst-oei, 2015)

 

3.6     
Hypoglycemie

 

Een hypoglycemie is het omgekeerde van een hyperglycemie, het
bloedglucosegehalte daalt

juist in plaats van dat het omhoog gaat. Het komt meestal voor bij
diabeten die insuline

gebruiken of bepaalde bloedglucose verlagende tabletten, namelijk
sulonylureum. De meest

voorkomende oorzaak van een hypo is te laat zijn met eten, een maaltijd
overslaan of een

maaltijd nuttigen zonder of met te weinig koolhydraten. De ingespoten
hoeveelheid insuline

of het ingenomen bloedglucose verlagende middel is dan al werkzaam om de
te verwachte

aanvoer van glucose vanuit de darmen te verwerken. Andere oorzaken
kunnen zijn:

alcoholgebruik, hoge buitentemperatuur (snellere opname van insuline) of
door

het gebruiken van medicijnen die de bloedglucose verlagend effect van
tabletten versterken.

(Elte, & Dijkhorst-oei, 2015)

 

 

3.7     
Hypo

 

Als het bloedglucosegehalte te ver daalt, zullen er op een bepaald
moment verschijnselen

optreden. De verschijnselen van een hypo kunnen per diabeet een beetje
verschillen.

De meeste diabeten voelen echter een ernstig hypo aankomen, meestal door
een telkens

terugkerend klachtenpatroon. Meestal begint men te transpireren, voelt
men zich wat beverig

en hongerig en is het moeilijk om recht vooruit te kijken. Bij andere
begint het met een

prikkelend gevoel in de lippen. Ook een verandering in het gedrag, zoals
een ongebruikelijk 

x

Hi!
I'm Victor!

Would you like to get a custom essay? How about receiving a customized one?

Check it out